Tsjerke op e Terp

De kerk staat op de top van de terp en vormt het centrale punt van het dorp. Hij dateert uit omstreeks 1250 en is gewijd aan Jariglulfus, pastoor te Wartena. Tot 1580 deed de kerk dienst als Rooms Katholiek kerk, vanaf 1580 als gereformeerde kerk, en vanaf 1816 is hij door koning Willem I omgetoverd tot Nederlandsch Hervormde Kerk. Doordat de kerk zowel de Romaanse als Gotische bouwwijze kent, wordt het een Romano-Gotisch bouwwerk genoemd. Sinds de fusie van de kerken heet de kerk "Tsjerke op e terp"


Rond 750 werden de eerste kerken gebouwd. In het begin van hout, later van steen. De terpkerk van Ee is ook van steen gebouwd. Hij is gesticht door de inwoners van het dorp. De dorpsbewoners moesten de kosten van het stichten, onderhouden van het kerkgebouw, het loon van de pastooren de koster en ook de olie, wijn en kaarsen voor het avondmaal betalen. Dit geld werd geschonken door rijke bewoners van het dorp.

De noordmuur
Deze muur is nog echt Romaans, een zware, meters dikke van grote Friese bakstenen gebouwde muur, met een paar smalle ramen. De muur is vlak na de opkomst van de Friese baksteenfabricage gebouwd. Boven in de muur van de kerk zijn fraaie kraagstenen (consoles) aangebracht in de vorm van mensengezichten en dieren. Er is duidelijk te zien dat de muur later is verhoogd.

De zuidmuur
In de zuidmuur zijn ook consoles aangebracht. Deze ramen zijn veel groter en breder dan in de noordmuur, en lopen op een spits uit. Men noemt dit gotisch.

Het dak
Dit is nu met normale dakpannen bedekt, maar vroeger lagen er zogenaamde monniken en nonnen op. (deze zijn in Oostrum nog wel deels aanwezig)

Sacristie
Dit was een klein gebouwtje, dat tegen de kerk was aangebouwd. Hier werd het avondmaalszilver en de hosties bewaard. Maar toen er omstreeks 1568 een beker werd gestolen uit de sacristie, werd besloten om het bij Siuck van Humalda, wonende op de Humalda stins  in bewaring te geven Dit gebouwtje is nu niet meer aanwezig.

Het koor
Vroeger was het koor rond, maar is nu kantig gesloten. Dit verbouwd zijn in 1807, met oud materiaal.

kerk1.jpg

De toren

De westmuur en de toren zijn van een veel jongere datum dan de rest van de kerk. Dit is te zien aan de grijze baksteentjes waarvan de muur en de toren zijn gebouwd. In de westmuur bevindt zich de tegenwoordige ingang. (Die was vroeger in de zuidmuur) De toren had eerst een zadeldaktoren, maar deze was zo bouwvallig dat ze hem, ook voor de veiligheid voor de burgers, hebben verruild voor een spitse toren. Het eerste gedeelte van de toren werd aan de binnenzijde met het oude materiaal (Friezen) opgebouwd, de rest met kleine rode bakstenen. De buitenkant werd helemaal gebouwd met grijze baksteentjes. De klus werd geklaard rond 1870. De toren was nu 36 meter hoog vanaf de grond gerekend. Drie jaar later werd de toren het eigendom van de Nederlandsche Hervormde gemeente.

Het kerkorgel
Tot 1923 had de kerk een Gruisen-orgel, geschonken door Eelkje Reinders, die getrouwd was met Eelke Meindersma. De familie gaf ook nog een stuk land aan de kerk om te kunnen verhuren voor het onderhoud van het orgel. Maar toen de kerk in 1923 geld te kort kwam, is het oude Gruisenorgel verkocht aan Klazinaveen. 1 van de orgelpijpen (trompet) is nog aanwezig. De lambrizering van het orgel, gemaakt door Jan Ysges, timmerman in Ee, is ook bewaard gebleven. Het orgel is nu in Burg (Zeeland) te bewonderen.

Het huidige orgel kon worden aangeschaft dankzij een nieuwe donatie van de familie Meinderstma van f10.000

De kerkbanken.
Deze zijn onder te verdelen in open banken, skoattelbanken en herenbanken:

Open banken:
Voor deze banken hoefde je niet te betalen als je hier wilde gaan zitten, dus hier zetelden de armen.

Skoattelbanken:
Voor deze banken moest je wel betalen, en dit geld werd dan verzameld voor de armen. Het woord schotelbank is afgeleid van het woord schotel, een koperen schaaltje waarmee het aan de kerk verschuldigde geld werd opgehaald bij degenen die die zondag afwezig waren geweest. Dit gebeurde elke maandag en werd gedaan door de diaconie, die ook het geld bij de armen bracht.

Herenbanken:
Deze banken werden ook wel familiebanken genoemd. Hier zat de landadel en de eigenerfden. Men kon  opdracht geven om zo'n bank te laten maken zoals je zelf wilde. De kerk heeft 3 van zulke banken. Ze zijn gemaakt in opdracht van het geslacht Obbema, Douma en Holdinga.

- De middelste bank is gemaakt in opdracht van het geslacht Obbema. Poppe Obbema was een vroom en dapper heerschap en voor niemand bang. De bank is gemaakt in 1650 en heeft gedraaide pilasters, gemaakt van eikehout.

- Naast de Obbemabank staat de bank van het geslacht Holdinga. Gabbe Holdinga was grietman van Oost-Dongeradeel. Deze bank is veel nieuwer, hij dateert uit 1750, en heeft een fraai gesneden barokkuif.

- Dan komt de bank van het geslacht Douma. Er zijn 2 familiewapens in uitgesneden; de halve adelaar (Friese adelaar) en drie groene klaverbladen. De bank is in rococostijl uitgevoerd en dateert uit 1775.

"Rijke stinkerds"

Onder de kerk zijn grafkelders aanwezig, die vooral werden opgekocht door de familie Wytsma en Humalda. Wanneer er mensen waren begraven in de kelders, was het beslist geen pretje om bij heet weer in de kerk te zitten. Er heerste een ontzettende stank. Vandaar ook de naam rijke stinkerds. In 1825 werd het verboden om te begraven in de kelders. De familie Douma had nog een grafkelder die door dit verbod niet meer in gebruik is genomen.

In de kerk zijn ruim 50 grafstenen aanwezig. Mensen met veel geld konden een graf kopen. Voor de preekstoel ligt nog een grafzerk van Franciscus van Humalda, overleden op 3 augustus 1621. Op deze zerk staat in het latijn het volgende gedicht:

Tenslotte geniet ik nu na al mijn wederwaardigheden de rust,
welke het lot mij in het leven onthield.
De haven heb ik bereikt.
Vaarwel, hoop en fortuin,
mijn geest kent de vreugden van het hemels licht.

Een van de grafstenen vermeld nog de naam Teet Humalda, overleden in 1495. Dit is een rode zandstenen zerk die zijn sarcophaag (stenen doodskist) bedekte. Ook deze familie heeft nog een grafkelder die sinds 1795 niet meer is gebruikt in verband met het verbod om hier te begraven.

Het interieur van de Kerk van 1997. Op deze foto zijn de grafzerken goed zichtbaar. De foto is genomen vanuit het zogenaamde "hûnegat". Dit is de ruimte onder de toren waar je in geval van een kleine overtreding je straf moest uitzitten. De houten wanden staan vol met handtekeningen die dateren uit de 19e en 20e eeuw.

Rouwborden
Aan de muren van de kerk hangen negen ruitvormige rouwborden ter herinnering en ter ere van de grondbezitters. Op deze rouwborden is het familiewapen aangebracht. Deze borden werden ook meegedragen wanneer de rouwstoet om de kerk heen liep (Er werden 3 rondjes om de kerk gelopen om zo de duivel te misleiden) Na de begrafenis kwamen de borden aan de muur te hangen.

Van de volgende personen hangt een rouwbord in de kerk:

1.      Jr. Catharina van Humalda
    16 juli 1645
2.
    Jr. Ofke van Wytsma     21 september 1651
3.
    Jr. Byuck van Bauwema     21 september 1652
4.
    Jr. Gerardus van Wytsma     1652
5.
    Jr. Leo van Wytsma
    21 april 1655
6.
    Jr. Sjuck van Humalda 
    19 april 1675
7.
    Jr. Jr. Remcke van Humalda 
    26 mei 1685
8.
    Vrouw Ebel van Meckhama     3 Januari 1662
9.
    Theckla Witsma     18 Juni 1653


Grafschrift

an de Noordmuur hangt een marmeren epitaaf ter nagedachtenis aan Snellinger van Mekhama, in 1625 overleden. Aan weerszijden van het schrift staat een jongetje met een fakkel in de hand, de zogenaamde putti. De fakkel met de levensvlam is het teken van de vergankelijkheid van het leven, en ook de doodshoofden wijzen hierop.

De vertaling uit het latijn luidt als volgt:
 
"Grafschrift ter eere van den hoogedel geboren jongeling D.S.Snellinger van Mekhama zijn innigsten vriend, uitverkoren, naar ik bid, door den algoeden Almachtige God 15 november 1625. O onbuigzame gang van het noodlot zonder eenig onderscheid velt gij met uw sikkel den krachtigen Mekhama als den vermoeiden Nestor. Ach reeds is gevallen de eerste in roem der Friezen, de bloem der jeugd, het sieraad van den adel, immers veelbelovend was hij door zijn aanleg en, zoo hij in leven gebleeven was, zou hij naar ik geloof, zelfs zijn vermaarde voorvaderen in roem overtroffen hebben, met u klaagt het bedroefde Friesland, de landen, tot welke uw liefde uitging en als getuigen weenen de scharen der jonge meisjes om den jongeling, die (eenmaal) in Frankrijk, tweemaal in Engeland zich ophield; en vandaar keerde hij terug, terwijl hij een verderfelijke koorts onopgemerkt onder der leden had; die naar men gewaand had, door zijn jeugdigen leeftijd de Styx en Charon's bootje zou afschrikken; maar zeg, wie kan verandering brengen in de beschikking van het noodlot? Indien afkomst en vroomheid, jeugd, ervaring, rijkdom, het beoefenen der wetenschap; liefde, verstand en manhaftigheid de draden van de wrede schikgodinnen konden terugwenden zou hij niet gestorven zijn. Of moest gij Snellinger sneller heen gaan dan uw leeftijdgenoten? Ziet gij, hoe uw naam reikt tot de sterren aan den hoogen hemel en wiens ziel den hemel verblijft op den troon des lichts.

Treurend en bedroefd schreef dit  H.A. Gerritzma

kerk2.jpg

De kerk op de terp kan bezichtigd worden, u kunt daarvoor contact opnemen met dhr. J. Broersma, 0519-518669.

Met dank aan D. A. Zwart, historicus.