|
Foeke Sjoerds, geboren in 1713 in Ee, heeft zich ontplooid tot
schrijver en beweerde dat Ee of Aa de algemene benaming is van water,
volgens de oude Duitse taal. Naamkundigen van nu zeggen dat Ee is
afgeleid van het Latijnse aqua, wat ook water betekent. In Oud Gotisch
is het Latijnse ‘aqua’ verbasterd tot het woordje aha, wat alweer een
stapje dichter bij Ee komt.
Ee moet al bestaan hebben voor het jaar 900, want in 1980 zijn er
resten van grijs gekneed aardewerk gevonden, wat dateert uit die tijd.
Ee is een terpdorp, drie straten komen uit bij de kerk waaronder de
drie "loanen": Lytse Loane, Greate Loane en Hege Loane. De kerk staat
precies in het midden en vormt het centrum van het dorp. Het is een
monument en moet rond 1250 gebouwd zijn. Het is een Romaans-Gotisch
bouwwerk. Vlak naast de kerk, aan de Omgong, staat de Uniasate. Dit is
een kop-hals-rompboerderij uit 1815, die fraaie pilasters in de
achtermuur van het bedrijfsgedeelte heeft.
Voor 1600 voeren de Mockema's de boventoon in Ee. Ze voeren een felle
strijd tegen de Saksers, die in 1499 Friesland zijn binnengevallen. De
Mockema's trekken zich niets aan van graaf Hugo von Eisenach, de
stadhouder Mockema houdt 12 mensen binnen zijn boerderij (Mockema
stins) die zeer gevaarlijk zijn voor de Saksers. Maar graaf Hugo slaat
de stins op Groot Medhuizen (gehucht boven Ee) niet over: Op 21 april
zien de mannen van Mockema een groot leger aankomen, onder leiding van
Schelto Tjaerda, Taeko Heemstra en Tjalling Lieuwes Jellinga. De aanval
breekt los, maar de muren van de Mockema Stins zijn te sterk voor het
leger, en de mannen op de stins verdedigen zich dapper. Maar graaf Hugo
laat het er niet bij zitten en roept een honderd man versterking op,
die een paar kanonnen meeslepen. Nadat de stins zwaar is beschoten met
dit grof geschut gaten in de muren zijn gevallen, vallen ze om. De
mannen van Mockema geven zich over. Ze worden weggevoerd naar de
Sjaardema stins te Franeker, waar ze worden opgeslote. Vier mannen
worden geradbraakt en twee worden gepaald.
In 1568 vallen de Spanjaarden ons land binnen en vanaf 1580 vindt de
overgang plaats van de roomse naar de protestantse godsdienst. Lieuwe
van Wytsma, wonende op Obbema sate, weigert zijn roomse godsdienst op
te geven. Daarom houdt hij voortaan 's avonds in het diepste geheim
samenkomsten. Op een zekere avond worden ze ontdekt en vluchten de
mannen. Lieuwe Wytsma en zijn vrouw Teth van Eminga, vluchten naar
Leuven in België. Hier overlijdt Wytsma in 1619. De weduwe en kinderen
gaan weer naar de Obbema stins terug. Hun zoon Gerryt overlijdt in 1652
en ook hij is het roomse geloof trouw gebleven. Zijn ruitvormige
rouwbord hangt in de Hervormde Kerk.
In 1795 vallen de Fransen ons land binnen die voor vernieuwingen in het
bestuur zorgen. Zo wordt de oude grietenij in mairieën gedeeld; een
soort dorpsburgemeester die de functie van de grietman heeft
overgenomen. Naast Metslawier en Anjum krijgt ook Ee zijn maire.
Net als de Spanjaarden verdwijnen ook de Fransen weer. Nu gaat de
gemeenschapszin zijn intrede doen. Er worden veel verenigingen
opgericht; in Ee is dat o.a de muziekvereniging Melodia Oranje. Er
wordt zelfs een geitenfokvereniging opgericht die als naam "de
Melkbron" meekrijgt. Maar het is ook een minder mooie tijd. Hier is de
doleantie de oorzaak van.
In 1879 heeft het dorp 1085 inwoners, in 1889 zijn dat er 993. Hier is
de landbouwcrisis van 1878 de oorzaak van. In de jaren hiervoor hebben
de boeren gouden jaren gekend, maar nu komen de magere jaren. Nederland
kan niet meer concurreren met de prijzen van het buitenland. Hierdoor
is ook de zuivelfabriek opgericht.
Tot 1940 kent Ee een echte boerenbevolking, afgewisseld door
landarbeiders, askruiers, broodventers, smeden, timmerlieden en een
kleine middenstand, de laatst genoemde grotendeels door weduwen gevormd.
In deze tijd wordt de dienst in het dorp uitgemaakt door de
hoofdelingenstand (erflieden en hereboeren) Uit deze groep worden ook
de grietmannen gekozen, onder hen staan de eigenerfden, die ook
stemrecht bezitten. De gewone burgers hebben geen stemrecht, zelfs niet
in de kerk. Er is hier dus duidelijk sprake van standsverschil. De hoge
stand (boerenbevolking) draagt veel goud en zilver en laat zich
vervoeren per rijtuig. De lagere standen gaan eenvoudig gekleed en
dragen weinig of helemaal geen sieraden. Zo kon een zoon van een
arbeider kon onmogelijk trouwen met de dochter van een boer. Stand
trouwde met stand. Maar ondanks het standsverschil trok men toch veel
met elkaar op en hielp men elkaar zoveel mogelijk.
Met dank aan D. A. Zwart, historicus.
|